Jubeljaar

2016 wordt een jubeljaar, heb ik gelezen. Want de economie zal verder aantrekken, bedrijven zullen hun winsten weer zien groeien en (bijna) ieder die werken kan zal daar beter van worden. Dat zal vast en zeker reden tot juichen geven. Als het allemaal doorgaat, natuurlijk.

Maar is dit wat ooit een jubeljaar was? Het is frappant hoe onze Nederlandse taal doorspekt is van Bijbelse termen. Alleen gaat de betekenis wel eens verloren. Dat gebeurt als je niet weet waar een woord vandaan komt. Het jubeljaar was door God ingesteld, lang geleden, toen Hij het volk Israël voorbereidde op de komst van Jezus. Mensen moesten leren om elkaar te geven, letterlijk en figuurlijk. Daarom stelde God in dat elk 50e jaar alle schulden moesten worden kwijtgescholden. Jawel! Dat hield ook in dat ieder zijn stuk land terug kreeg, als hij het had moeten verkopen. En wie zich als slaaf in dienst van zijn schuldeiser had gesteld om zijn schulden af te betalen, kwam vrij. Er werd een streep gezet door alle winsten en alle schulden, iedere familie maakte een nieuwe start op het eigen erfdeel, niet meer en niet minder. Alsof ze Monopoly speelden! Maar dan in het echt. Tot grote vreugde van ieder die aan lager wal was geraakt en zo voor heel het volk, want liefde is meer dan geld.

Dus een jubeljaar is geen kleinigheid! Maar typerend is wel dat de armen juichen en dat juist degenen die niet (meer) kunnen werken er flink op vooruit gaan.

Bas